De Belgische minister van Gelijke Kansen, Rob Beenders (Vooruit), laat onderzoeken of pepperspray legaal kan worden. Aanleiding is het groeiende onveiligheidsgevoel bij vrouwen: 1 op de 3 Belgische vrouwen voelt zich onveilig in de publieke ruimte, vooral ’s avonds. Beenders wil dat vrouwen zich beter kunnen verdedigen en ziet pepperspray – net als in Nederland al gebruikelijk – als een mogelijke oplossing.
Naast pepperspray wordt ook ‘smurfenspray’ bekeken: een gekleurde spray die dagenlang op een dader zichtbaar blijft en zo identificatie makkelijker maakt. Deze spray is in Nederland al toegestaan.
Ook strafpleiter Nina Van Eeckhaut steunt de legalisering, maar benadrukt dat duidelijk moet worden wie toegang krijgt tot de sprays. Ze stelt dat misschien onderzocht moet worden of ze alleen voor vrouwen beschikbaar kunnen zijn, om misbruik te voorkomen.
Beenders benadrukt dat legalisering slechts één onderdeel is van een bredere aanpak. Hij wil dat steden en gemeenten meer straatverlichting voorzien, en pleit voor gedragsverandering bij jonge mannen. Van Eeckhaut wijst daarnaast op de invloed van vrouwonvriendelijke content op sociale media en pleit voor meer mediawijsheid.
Bron: VRT.be
België en pepperspray
Historisch gezien is er in België nooit sprake geweest van een legalisering van pepperspray voor burgers. Sterker nog: de Belgische wetgeving is in de loop der jaren juist steeds strenger en explicieter geworden in het verbieden ervan.
De historische evolutie van hoe pepperspray (en traangas) in de Belgische wetgeving is behandeld, laat zich opdelen in een aantal belangrijke fasen:
De oude Wapenwet van 1933: De basis
Tot 2006 werd de wapenwetgeving in België geregeld door een wet uit 1933. Hoewel deze wet destijds voor vuurwapens relatief soepel was (veel wapens waren voor meerderjarigen vrij verkrijgbaar), maakte de wet al vroeg een uitzondering voor chemische en verstikkende stoffen.
Toen zelfverdedigingssprays in de tweede helft van de 20e eeuw populairder werden (eerst op basis van CS-gas/traangas en later pepperspray op basis van OC, oftewel Oleoresin Capsicum), werden deze door koninklijke besluiten en interpretaties al snel onder de categorie “verboden wapens” geschaard. De ratio hierachter was dat sprays werden gezien als instrumenten die primair bedoeld waren om personen te verlammen of weerloos te maken met chemische middelen, wat de overheid uitsluitend aan de politie wilde voorbehouden.
De Wapenwet van 8 juni 2006: De totale omslag
Het echte kantelpunt in de Belgische wapenhistorie kwam in 2006. Na een tragisch schietincident in Antwerpen werd de wapenwetgeving drastisch herzien en strenger gemaakt. De nieuwe Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens werd aangenomen.
In Artikel 3 van deze wet werd een duidelijke, sluitende lijst van verboden wapens opgesteld. In plaats van vage definities werd er expliciet gekozen om alle voorwerpen die traanverwekkende, verstikkende of toxische stoffen verspreiden, direct als verboden wapen te bestempelen. Pepperspray viel hierdoor onherroepelijk in dezelfde zware juridische categorie als vlindermessen, boksbeugels en geluiddempers.
Politieke pogingen tot legalisering (De politieke strijd)
Hoewel de wet heel duidelijk is, laait de maatschappelijke en politieke discussie over de legalisering van pepperspray in België regelmatig op. Dit gebeurt bijna altijd na incidenten die te maken hebben met een stijgend onveiligheidsgevoel, met name onder vrouwen of medewerkers in het openbaar vervoer.
Er zijn historisch gezien meerdere parlementaire initiatieven geweest om de wet te versoepelen, maar die hebben het tot op heden nooit gehaald:
- 2008-2009 (Senaat): Er werden wetsvoorstellen ingediend om pepperspray onder strikte voorwaarden (zoals een blanco strafblad en registratie in het centraal wapenregister) toe te staan voor particulieren en voor conducteurs/beveiligers bij de spoorwegen. De angst voor misbruik (bijvoorbeeld bij uitgaansgeweld of overvallen) zorgde ervoor dat dit werd weggestemd.
- 2019-2021 (Kamer van Volksvertegenwoordigers): Onder de noemer van de bescherming van “kwetsbare potentiële slachtoffers” (zoals jongeren die na een fuif alleen naar huis wandelen) dienden politici van de partij Vlaams Belang (onder andere Katleen Bury) formele wetsvoorstellen in. Het doel was om pepperspray vrij verkrijgbaar te maken vanaf 16 of 18 jaar, vergelijkbaar met Duitsland en Frankrijk.
- Media-aandacht (2021): De discussie werd in 2021 erg visueel toen partijvoorzitter Tom Van Grieken tijdens een live televisie-uitzending (VTM Nieuws) een busje pepperspray tevoorschijn haalde om te pleiten voor legalisering, wat destijds tot verbaasde reacties en hernieuwde juridische waarschuwingen vanuit justitie leidde.
Waarom houdt België vast aan het verbod?
Terwijl buurlanden zoals Duitsland pepperspray toestaan (officieel gecategoriseerd als Tierabwehrspray oftewel dierenafweerspray) en Frankrijk het onder bepaalde voorwaarden toestaat als categorie D-wapen, blijft België standvastig. De wetgevers en de rechterlijke macht hanteren historisch gezien twee hoofdargumenten:
Risico op escalatie: Als een slachtoffer pepperspray trekt, kan een agressor worden geprovoceerd tot nog zwaarder (fysiek) geweld. Bovendien kan het wapen gemakkelijk worden afgepakt en tegen het slachtoffer worden gebruikt.
Omdraaiing van het wapen: Als pepperspray legaal wordt voor burgers, wordt het ook extreem makkelijk verkrijgbaar voor criminelen, overvallers en amokmakers, die het kunnen gebruiken om slachtoffers of agenten snel uit te schakelen.
